Laadkarakteristiek

LAADKARAKTERISTIEK

De laadkarakteristiek beschrijft hoe een laadproces is opgebouwd (laadspanning als functie van de laadstroom) en welke grenzen of parameters gebruikt worden. De laadkarakteristieken zijn genormeerd en zijn vastgelegd in onder meer de norm DIN41772. Voor het beschrijven van een laadkarakteristiek wordt gebruik gemaakt van letters die constanten weergeven. U = spanning constant, I = stroom constant, W = weerstand (kan eenvoudig uitgelegd worden als een constant vermogen) en schakelpunten zoals o = overschakelen en a = afschakelen. De laadkarakteristiek wordt weergegeven als een samenstelling van deze letters.

  • Wa: er wordt met een constant vermogen geladen. De beginstroom en eindlaadstroom zijn een vast percentage van de capaciteit van de batterij. Bij het bereiken van de eindlaadstroom schakelt de lader uit.
  • WU: er wordt geladen met een constant vermogen totdat een bepaalde spanning bereikt wordt. Dit voorkomt overlading door een te hoge laadspanning.
  • IU: vergelijkbaar met WU alleen is in het eerste deel de stroom constant.
  • IUIa: een karakteristiek voor batterijen die cyclisch worden ingezet. Wanneer de stroom tot een ingestelde waarde is gedaald wordt een zekere tijd met een constante stroom doorgeladen. Dit is de nalaadfase waarin het zuur wordt gemengd om stratificatie te voorkomen. Daarna wordt afgeschakeld.
  • IUoU: de karakteristiek van een geregelde 3-trapslader. Laden met een constante stroom (bulklading) en vervolgens met een constante spanning (absorptie) om de 100% laadtoestand te bereiken. Daarna wordt overgeschakeld op onderhoudslading (float) zodat door convectiestromen het zuur gemengd wordt.
  • IUIoU: 4-trapskarakteristiek met nalaadstap